Als je anorexia hebt, zul je jezelf in veel van de onderstaande punten herkennen. Als je aan veel van de genoemde criteria voldoet, en zeker wanneer je de eerder genoemde lichamelijke verschijnselen herkent, is het belangrijk dat je hulp zoekt. Maar ook als je nog geen duidelijke lichamelijke klachten hebt, is het verstandig in te grijpen. Hoe eerder je hulp zoekt, hoe groter de kans op genezing.
Als anorexia-patiënt zit je echter in een paradoxale situatie. Je bent immers zo bang om te eten, dat je juist helemaal geen hulp wilt zoeken. Het benoemen en aanpakken van je probleem betekent immers dat je je gedrag moet veranderen - en dat roept nu juist enorme angst op.
Toch kun je juist die weerstand tegen hulp zien als een belangrijk signaal: hoe groter de angst om door 'inmenging' van buitenaf de controle over het eetgedrag te verliezen, hoe noodzakelijker het is om hulp te zoeken. Een goede hulpverlener begrijpt die angst en werkt er samen met jou aan om die weg te nemen. Heb je een huisarts die je vertrouwt, dan kan een eerste stap zijn om die in te lichten. Samen met hem of haar kun je dan overleggen welke behandeling voor jou geschikt is. Voor meer informatie kun je terecht bij de Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa.
Vind je dit allemaal nog erg moeilijk, bel dan in elk geval het landelijk telefoonnummer. Er zijn ook zelfhulpgroepen, waar je kunt praten met andere (ex-)patiënten. Je kan dan wennen aan het feit dat er iets niet goed met je is, maar ook zien dat je niet de enige bent die er mee zit, en dat er oplossingen mogelijk zijn.