Eetbuienstoornis wordt meestal aangeduid met de Engelse naam Binge Eating Disorder (BED), of soms met 'Compulsive Overeating', dwangmatig eten.
Het verschil tussen deze twee is dat er bij BED sprake is van (vr)eetbuien, waarbij snel zeer grote hoeveelheden worden gegeten,
terwijl bij Compulsive Overeating er sprake is van een meer gelijkmatige spreiding over de dag.
Deze eetstoornissen lijken in veel opzichten op anorexia en boulimia. De lichamelijke effecten kunnen verschillen,
maar de sociale en psychische aspecten tonen veel overeenkomsten.
BED kan leiden tot gebrek aan essentiële stoffen (zoals vitamines, mineralen),
en het uit balans raken van de natrium/kalium huishouding. Dit zijn heel gevaarlijke effecten.
BED is veel meer dan alleen soms een frustratie "wegeten". Het kan je hele leven gaan overheersen, en dan wordt het tijd om er iets aan te doen, en steun en hulp te zoeken voor je probleem.
Als je een eetbuienstoornis hebt, zul je jezelf in veel van de onderstaande punten herkennen.
Als je aan veel van de genoemde criteria voldoet, en zeker wanneer je de eerder genoemde lichamelijke verschijnselen herkent, is het belangrijk dat je hulp zoekt. Maar ook als je geen duidelijke lichamelijke klachten hebt, is het verstandig in te grijpen. Hoe eerder je hulp zoekt, hoe groter de kans op genezing.
Hulp zoeken is niet gemakkelijk. BED-patiënten schamen zich vaak zo voor hun eetgedrag, dat ze er met niemand over durven te praten. Toch is het belangrijk dat te doen. BED is een ziekte, geen schaamtevolle gewoonte van iemand zonder wilskracht. Integendeel: er is veel wilskracht voor nodig om gewoon maar door te gaan, hoewel eten en gewicht een obsessie is waar je altijd aan moet denken.
Heb je een huisarts die je vertrouwt, dan kan een eerste stap zijn om die in te lichten.
Samen met hem of haar kun je dan overleggen welke behandeling voor jou geschikt is.
Hier is aangegeven welke mogelijkheden er zijn. Voor meer informatie kun je
terecht bij de Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa.
Vind je dit allemaal nog erg moeilijk, bel dan in elk geval het landelijk telefoonnummer.
Er zijn ook zelfhulpgroepen, waar je kunt praten met andere (ex-)patiënten.
Je kan dan wennen aan het feit dat er iets niet goed met je is, maar
ook zien dat je niet de enige bent die er mee zit, en dat er oplossingen mogelijk zijn.